Pinguïn | Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Pinguïn | Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

De pinguïn staat voor autisme. Dit beestje komt voor in de volgende afleveringen:

Mensen met autisme verwerken informatie op een andere manier.

  • Vaak zijn hun zintuigen extra gevoelig en eerder overbelast. Mensen met autisme ervaren dus heftiger wat ze horen, zien, ruiken, proeven en voelen.
  • Vaak hebben ze ook moeite met veranderingen en onverwachte dingen.
  • Hierdoor gaan ze ook anders om met andere mensen. Ze begrijpen vaak niet goed hoe andere mensen zich voelen. En andere mensen begrijpen hun gedrag soms ook niet.

Autisme kan een beperking zijn: iemand met autisme is minder flexibel met denken en (nieuwe) dingen doen. Dit geeft problemen: thuis, op school en/of op het werk.
Maar het kan ook sterke kanten met zich meebrengen: zo zijn mensen met autisme vaker creatief en goed in logisch denken en precies werken. 

Symptomen volgens de DSM-V

A. Blijvende tekorten in de sociale communicatie en interactie, zoals blijkt uit:

  1. tekorten in sociaal-emotionele wederkerigheid
  2. tekorten in het voor sociale omgang gebruikelijke non-verbale communicatieve gedrag
  3. tekorten in aangaan, onderhouden en begrijpen van relaties

B. Beperkte zich herhalende gedragspatronen, beperkte interesses en activiteiten, zoals blijkt uit:

  1. stereotype of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak
  2. hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, star gehecht aan routines of geritualiseerde gedragspatronen 
  3. zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn
  4. over- of onderreageren op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling voor zintuiglijke aspecten van de omgeving

C. De verschijnselen zijn aanwezig vanaf de vroegste kindertijd (maar worden soms pas later onderkend).

D. De verschijnselen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of in het functioneren op andere belangrijke levensgebieden.

E. De stoornissen kunnen niet beter verklaard worden door een verstandelijke beperking of globale ontwikkelingsachterstand en de sociale communicatie moet minder zijn dan past bij het cognitieve niveau.

Autisme in cijfers

  • Ruim één procent van de Nederlanders heeft een vorm van autisme.
  • 45 Procent van de volwassenen met autisme heeft nog een andere psychiatrische diagnose – het vaakst een stemmingsstoornis of AD(H)D.
  • 69 Procent heeft last van lichamelijke problemen, vooral van slaapproblemen/vermoeidheid en maag/darmklachten.
  • Er zit veel tijd tussen het eerste vermoeden van autisme en de diagnose, gemiddeld 3,3 jaar.
  • 55 Procent van de kinderen met autisme gaat naar het speciaal onderwijs, 49 procent naar het voortgezet speciaal onderwijs.
  • Gemiddeld heeft ongeveer een kwart van de mensen met autisme helemaal geen sociale contacten.
  • 55 Procent van de volwassenen (en 40 procent van de jeugdigen) is ontevreden of neutraal over zijn sociale contacten, 58 procent heeft meer behoefte aan hechte vriendschappen (dit geldt voor 85 procent van de jeugdigen).
Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: